Simon Marmion ( c. 1425 -1489 Amiens, France ) maakte een Mater Dolorosa, of Onze’Lieve-Vrouw van Smarten’ in opdracht. Het werkje bevindt zich in Brugge. We zijn er op een mooie zomerdag heengereden. Eigenlijk om een ander werk te zoeken, - dat in Gent blijkt te hangen, maar daarover later meer- maar dit kleine portretje van een nog jong ogende en zeer droevige Maria trof me meer dan alle andere werken ook tentoongesteld in dezelfde zalen van het Groeningen Museum.

Het moet de fijnheid van het portret zelf zijn, dat me raakt. De elegantie. De ingetogenheid. Maar nog meer treft me het tot waanzin leidende verdriet van de Maria. Bloeddoorlopen ogen van het huilen. Is toch gedurfd. Dit werk, ongeveer 35 bij 45 cm,hoort naast een Christus met Doornenkroon en is met zekerheid gemaakt in opdracht van particulieren. Deze twee schilderijen vormen zogeheten devotiestukken, bedoeld voor een binnenshuis-altaar. Meneer en mevrouw gingen erbij bidden. Knielden ervoor neer, vouwden hun handen en richtten hun gebeden tot deze personificatie van een verdrietige vrouw.
Waarom zouden de opdrachtgevers zich in willen leven in het verdriet van deze vrouw? Waarom geen blij geboortetafereel, of een gezellige bruiloft (Kanaä) Maria Lactans (zogende Maria) was indertijd een heel populair thema. Ik merk dat als ik het schilderij bekijk ik allang niet meer kijk naar de tranen. Het is of ik achter de tranen kan kijken naar de Maria. De Maria heeft zich al overgegeven aan het verdriet. Ze accepteert het al, ook al is het nog heel rauw. Het doet zeer, maar het verdriet begint zich te nestelen.
Meneer en mevrouw Opdrachtgevers moeten iets kennen dat linkt aan het tentoongestelde verdriet. Een universeel verdriet, en, een rijp verdriet. Een gestorven geliefde. Misschien een kind. Of denk ik dan, gezien de periode waarin het geschilderd is, meerdere kinderen. Het fascineert me en zal me blijven fascineren wat mensen vinden in afbeeldingen. Niet alleen onze Mariabeelden en kruizen die we bij ons in de buurt van Nijmegen vroeger heel gewoon vonden, maar ook de revival ervan. De enorme hoeveelheid Budha’s waar je over struikelt bij sauna’s en andere instellingen die willen laten weten dat zij iets met innerlijke rust doen vind ik zowel verschrikkelijk als intrigerend. Huizen vol met vintage Mariabeelden. Foto’s van Guru’s, Helden, Sterren als teken aan de wand en beeld van toewijding roept hetzelfde gevoel bij me op. Het gekke is dat ik zelf heel weinig heb met foto’s en foto’s maken. Iets wat jammer is voor mijn kinderen, er zijn maar weinig familiefoto’s, domweg omdat ik er nooit de tijd voor maak. Als ik bezig ben en iets beleef verdraag ik het fotomoment gewoonweg niet.
Toen Mark en ik elkaar net kenden zijn we 4 lange weken in Italië op vakantie geweest. Met de trein. En overal waar we kwamen, elk stadje, elke kerk, maakten we een spelletje van de altaarstukken die we tegen kwamen. ‘ De beste Jezus van de dag’. ‘De mooiste Maria’, wat meestal tot teleurstelling leidde, want zo goed of zo mooi waren ze niet, al die afbeeldingen. De ogen te dweperig, de mond te vertrokken, het hoofd teveel gebogen, ronduit slecht geschilderd; er was vrijwel altijd iets dat de beoogde idylle verstoorde. (Ik heb het nu over leuke kleine plaatsjes hoger in de bergen, niet de grote steden zoals Firenze, Rome, Napels, waar je de prachtigste werken kan vinden.)
Hoe zou het zijn om zelf zo’n stuk te maken? Om je te meten met Heiligheid en er een gezicht aan te geven? Er bestonden, vanuit de christelijke traditie en iconografie wetten voor het uitbeelden van Bijbelse Zaken. Voorbeelden hiervan zijn o.a. de blauwe mantel van Maria, de witte lelie bij de verkondiging aan Maria, de kleuren die de Drie Koningen dragen etc etc. In de periode 1200-1600 zie je steeds meer hoe de wetten toegepast en steeds een beetje bijgesteld werden, naarmate de zienswijze van de schilders -en de mensen om hun heen- veranderden. De thema’s , de schema’s, het kleurgebruik. Ik houd van de strakke intimiteit van laat middeleeuwse devotiestukken. Zij zijn vermengd met alledaagse voorwerpen die meteen ook weer een zware symbolische functie hebben. Want dat moet ik de schilders uit die tijd nageven: zij lieten geen kans onbenut om van de zichtbare werkelijkheid een zoektocht naar emotie, naar overgave, naar zuiverheid te maken. Door er zo dicht bovenop te zitten dat iedere haar geschilderd werd. Ieder plooitje gevormd werd naar ‘een groter plan’. Namelijk dat van de compositie van een schilderij, dat weer verwees naar een Hemel, of een Ultiem Evenwicht.
Marmion heeft in dit schilderij een van de tranen verwisseld voor een grijze parel. Ik zag het pas toen ik de foto heel groot uitvergroot op mijn scherm zag. Heel subtiel, goed kijken, en het is te zien.

Ik heb de rode onderlaag onderaan het beeld laten staan. Haar handen zijn uitgespaard en branden enigszins. Haar lippen zijn open en je ziet haar tong in haar mond door de kleine opening, de tong krult zich naar voren van moe-zijn van het huilen. De mond is klein, veel te klein naar objectieve maatstaven, maar is zo geplaatst dat ze een ontspanning geeft in verhouding tot de ogen, die een wereld zijn aan diep verdriet. (Ik vrees dat ik hier nog iets aan moet doen, de mond moet toch nog voller..).Hoewel de ogen bruin-blauw zijn in het ‘echt’ heb ik ze eerst grijs, daarna bruin, toen blauw en uiteindelijk groen-bruin gemaakt. De gouden achtergrond is opgebouwd uit een oranje, groenige kleur en daaroverheen een dikke laagbotergeel. Na lang genoeg drogen heb ik er de schuurmachine opgezet, waardoor de menging van gelen , groenen, oranjes en witten een soort oud goud maken.
Het originele werk van Marmion vond ik prachtig heftig. Ik voelde géne bij me ook zo heftig te keer te gaan. Het duurde het enige tijd voor ik over de uiterlijke vormen van het verdriet heen was. De handen in hun dramatische houding, de tranen direct onder de ogen. Maar allengs begon ik aan haar te wennen, en aan haar verdriet. Het werd dragelijker. Net zoals bij de andere ‘Meesterwerken’ zijn het uiteindelijk de ogen die het verhaal van het schilderij vertellen. Het zit hem altijd in de ogen.