Francis Kilian
Francis Kilian
spacer
















































































  DE WARME KLEUR VAN EENZAAMHEID

Ze noemt zichzelf een koffiesnob en bij binnenkomst biedt ze me direct koffie aan. Haar lijfspreuk luidt: ‘Wat er verder in je leven ook gebeurt, je koffie moet altijd goed zijn’. Ik wil dat meemaken dus we gaan naar boven, naar de keuken. In dit huis wordt duidelijk veel van Italië gehouden. De muren zijn warm oranje gestuukt en er staat veel aardewerk. Het ritueel begint. Ze maalt de bonen (afhankelijk van de bui Santos, Maragogype of Kilimanjaro) met een kleine electrische koffiemolen. Ze heft een lofzang aan op haar roestvrijstalen espressopotje dat de állerlekkerste koffie produceert. De verse melk klopt ze zorgvuldig met de hand op. Ze serveert de koffie in grote blauwe kommen want ook het drinkgerei speelt een rol in de belevenis. Goede koffie is voor haar een symbool voor kwaliteit en een teken van levenskunst, vandaar dat je zo’n mysterieus bakkie wel eens tegenkomt in haar werk. Wie iedere dag roodmerk uit de filterpot drinkt heeft volgens haar geen respect voor zichzelf en zijn gasten. En ja: haar koffie smaakt hemels.

Het schildersatelier annex woonhuis van Francis Kilian is gevestigd in de oude ijsfabriek van Meppel. Beneden in het atelier herinneren alleen de granieten vloer en een paar spoelbakken nog aan het koele verleden van deze plaats. De ruimte doet nu juist warm aan. Misschien komt dat door de tientallen kleurige werken die op tafels in de maak zijn en die langs de wand staan te drogen. Misschien komt het door de muren van de aangrenzende patio die diep oranje zijn. Hoe dan ook: ik herken in het atelier een thematisch gegeven dat mij in Francis’ werk ook treft: hoe kou en warmte naast elkaar op het doek de ruimte krijgen, maar niet vermengen tot iets lauws.
Voor Francis is schilderen de manier om de wereld en haar plaats daarin te ordenen. Schilderen maakt de wanorde van het leven overzichtelijk. De mens is het centrale onderwerp in haar werk. Deze mens, die er meestal uitziet als een klein meisje, staat op het punt om een wezenlijke beslissing te nemen en twijfelt. Er is geen perspectief of zelfs maar een duidelijk landschap. Er is geen ander mens om op te steunen. Er is alleen maar een uiterlijk lege, verontrustende en merkbaar geladen ruimte. De mens draagt zijn lot in alle eenzaamheid, staat op het scharnierpunt van verleden en toekomst en moet zelf de volgende stap bepalen. Als toeschouwer wil je mee op weg, je sympathie en je nieuwsgierigheid zijn gewekt. De kans bestaat dat je jezelf herkent in dat meisje op de hinkelbaan of met haar koffertje.
Vaak zijn er kleine, stille hulpbronnen langs de weg in de vorm van een vlinder, een boekje, een koffer, een vlieger, een jurkje of een kop koffie. Daar zit een geheim in, de sleutel tot een uitweg uit de situatie of een verwijzing naar hoe de toekomst eruit moet zien. Of het geheim ontsluierd zal worden is de vraag, maar tegelijkertijd zijn deze dingen zo overrompelend alledaags dat je denkt: het zal wel goedkomen.

Voor Francis aan een werk begint, heeft ze er geen voorstelling van; haar werk lijkt volgens eigen wetten te willen ontstaan. Ze gaat gewoon aan de slag. De grote werken, van maximaal anderhalf bij twee meter, voert ze uit in olieverf en de oerverf tempera; minerale pigmenten vermengd met eigeel. Francis ervaart de niet-synthetische oorsprong van deze materialen als essentieel voor deze werken. Het eerste stadium van de wordingsgeschiedenis is voor haar een zeer ontspannen werkvorm. Ze smeert er op los met resten oude verf en daarin maakt ze met houtskool expressieve, soms gewelddadige en seksueel getinte, krasserige tekeningen. Dit uitleven op het doek ziet ze als een soort ontlading van irritaties en dagelijkse zorgen en lijken in niets op wat er uiteindelijk tot stand komt. Alsof het doek die moet absorberen voor ze op een dieper niveau door kan dringen. Mark, haar partner, vindt deze werken vaak prachtig en zegt dat ze het zo moet laten. Maar voor Francis is het duidelijk dat het hier niet om gaat en ze gaat door tot ze er helemaal in vastloopt.

Daarna komt er een periode van ‘bijstellen’. Soms weet ze de plek waar een silhouet moet komen; die blijft dan leeg. Ze zoekt, probeert dingen uit, laat dingen ontstaan en verft er weer overheen. Ze noemt het vechten, vallen en weer opstaan. De vraag die beantwoord moet worden is: waar gaat dit verhaal over? Wat er in deze fase op het doek staat zijn de primaire emoties, maar het wezenlijke is de onderstroom, de verbindende bron er van. Onvermijdelijk komt het wanhoopsmoment waarbij ze denkt niet in staat te zijn de beeldtransformatie te kunnen maken waardoor het werk identiteit krijgt. Maar dat gebeurt toch; ineens ontstaat dat beeld, meestal op een onverwacht moment. Tegelijk ontstaat er een navelstreng-achtige verbinding tussen de schilderes en haar werk en gaat het werk ‘vertellen’ wat voor een figuur er op komt en welke kleuren ze gaat gebruiken. In dit stadium is de werkhouding cruciaal. Te krampachtig is niet goed en te vrij ook niet. Ze zit er volgens eigen zeggen bijna altijd naast en schommelt rond dat evenwicht. Maar door de tijd heen komen die twee polen steeds meer samen en wordt het beeld compacter. Na zo’n twee maanden is het werk af. Het geeft Francis een opgeruimd gevoel, alsof er een kraal aan een ketting geregen is.

Alle ervaringen en herinneringen van een mens brengen hem tot het punt waarop hij zich nu bevindt. Het maakt hem uniek en eenzaam. Daarom komen al die lagen verf over elkaar te liggen. Hier en daar schemert nog wat door van een kleur of een vorm die er eerder geweest is. Net als herinneringen: sommige zijn helderder dan andere, weer andere zijn helemaal begraven. Het schilderij draagt alle achterliggende stadia, die nut hebben gehad voor het uiteindelijke beeld, met zich mee.

Naast het langzaam en soms moeizaam tot stand komend grote werk, maakt ze snel en relatief moeiteloos klein werk (100x28 of 50x50). Hiervoor gebruikt ze acryl en oliepastel in gemengde technieken. Ze tekent, schildert, plakt, scheurt, lijmt en krast op panelen. Ze stelt de beelden samen op kleurvlakken, de voorstelling doet er minder toe zegt ze, maar die vind ik nou juist zo speciaal. Vaak zie je mensjes die met paarden of boten op reis zijn. Ze zijn uit hun routine en daardoor onzeker. Ze weten niet precies wat er van hen verwacht wordt. Twee gillende dikke dames met parelkettingen op de rug van een vogel. Er zit absoluut humor in maar ook in deze kleine werken ontmoet je de mens in alle kleinheid en grootheid. Hoe mensen hun imago koesteren bijvoorbeeld. De parelketting, die in de meest hachelijke situaties moet blijven hangen, dat heeft ook iets ontroerends.

Wat blijft na-zingen na zo’n dag vol kleur, koffie en kwastgevechten? Het werk van Francis Kilian met de kleine mensjes is een groot eerbetoon aan het leven en aan mensen die vechten, vallen en weer opstaan.

Brummen, Marije Verbeeck januari 2007



HAPPINEZ 2008 NR 8
DE STREKE VROUWEN VAN FRANCIS KILIAN

tekst Nan Luursema fotografie Jeroen van der Spek
De schilderijen van Francis Kilian zijn zo gelaagd – ook letterlijk, in verf en tempera – dat je als je er lang naar kijkt op een gegeven moment niet meer weet wat van jou is en wat van de kunstenares. En door al die lagen schijnt een witgouden licht, dat in je hersens op een knopje drukt. De figuren, vaak vrouwelijk, hebben heel veel weg van een mens, maar zijn dat toch weer niet. Precies daarom prikkelen ze ons onbewuste en associëren we erop los.

Het nummer is nog te bestellen via www.happinez.nl