![]() |
HAPPINEZ 2008 NR 8 DE STERKE VROUWEN VAN FRANCIS KILIAN tekst Nan Luursema De schilderijen van Francis Kilian zijn zo gelaagd – ook letterlijk, in verf en tempera – dat je als je er lang naar kijkt op een gegeven moment niet meer weet wat van jou is en wat van de kunstenares. En door al die lagen schijnt een witgouden licht, dat in je hersens op een knopje drukt. De figuren, vaak vrouwelijk, hebben heel veel weg van een mens, maar zijn dat toch weer niet. Precies daarom prikkelen ze ons onbewuste en associëren we erop los. Wat denkt u als u deze schilderijen ziet? ‘Deze zou ik wel boven de bank willen, en die in de hal?’ Bent u gegrepen door het mysterie, de schitterende kleuren? Ik verzeker u dat het nog véél verder kan gaan. Op de avond voordat ik dit stuk moest schrijven, reisde ik nog een uurtje rond op de website van Francis Kilian. En daar zag ik opeens een prachtige vrouw in een rijk begroeide tuin die de wijsvinger van haar linkerhand pal omhoog had gericht. Op het topje van die wijsvinger zat een vogeltje, zoals wel vaker in deze serie schilderijen. Ik had het gevoel alsof ik dat schilderij werd ingezogen. Ik ging naar bed en kon niet slapen. Voortdurend zo’n ‘nabeeld’ in mijn hoofd. Het schilderij kwam in delen op me af, zo krachtig en wervelend dat ik mij urenlang van de ene zij op de andere gooide. De volgende morgen wilde ik onmiddellijk naar die voorstelling terug, maar op de website van Francis kon ik hem niet meer vinden. De kunstenares gebeld: waar is hij? Nee Francis, die is het niet, die andere ook niet. Stuur je hem nog even op? Uiteindelijk zei Francis: ‘Dat schilderij dat jij hebt gezien bestaat niet. Je hebt het zelf gemaakt.’ Zijn in de tijd Francis Kilian beschikt niet alleen over een groot beeldend vermogen, maar ook over de macht van het woord. Zij leest graag dichters en heeft bijvoorbeeld haar prachtige serie ‘Zegeningen’ - enkele schilderijen daaruit ziet u op deze pagina’s - laten ontstaan uit een aantal inspirerende dichtregels van Marjoleine de Vos. Bovendien is ze zelf heel goed in staat om te beschrijven waar haar werk over gaat, wat bij schilders nogal uitzonderlijk is. ‘Mijn schilderijen,’ zegt ze, ‘hebben alles te maken met het verloop van de tijd. Stille figuren bevolken mijn werk terwijl ze wachten, twijfelen of dromen over de toekomst. Een stap vooruit is een grote beslissing. De ruimte waarin zij leven is kleurrijk. Soms een beetje versleten of verlopen, dan weer stralend en helder. En altijd is er ergens in het beeld een hulp te vinden, een wegwijzer of een houvast, een doodnormaal ding als een springtouw, of een koffertje. Steeds is er het ‘zijn in de tijd’ zonder een actie. [Weggaan, wachten, springen, zweven] zijn titels die horen bij mijn werk.’ Wie is Francis Kilian, geboren in 1961 in Wijchen bij Nijmegen, in het Land van Maas en Waal? Ruimte beleven Zij herinnert zich dat ze al tekende toen ze twee was, waarschijnlijk al eerder. “Zodra ik door had dat ik ergens strepen mee kon maken was ik verkocht. Er zijn nog kinderfoto’s waarop je me met een stok op een zandweg een heel groot poppetje ziet maken. Ik tekende veel en ging daar totaal in op. Het was dus eigenlijk heel gewoon dat ik na de middelbare school naar de academie zou gaan, want dit was het enige wat ik echt kon.” Francis studeerde tweeënhalf jaar vrije richtingen aan de Academie Minerva in Groningen, ging toen een jaar reizen in Frankrijk en Scandinavië, waar ze onder meer tekende en schilderde met Noorse gehandicapten. Na haar terugkeer koos ze voor een jonge, kleine en enthousiaste docentenopleiding in Amersfoort, waar bevlogen leraren haar en negentien andere studenten duidelijk maakten waar het in de kunst werkelijk om gaat. Francis: “Vanaf mijn kinderjaren heb ik een verlangen naar het Noorden gevoeld. Dus ben ik teruggekeerd naar Scandinavië, waar ik twaalf jaar heb gewoond. Een ander type licht ja, maar ook een andere manier van kijken en vertellen, want historisch gezien leeft de mythe daar veel sterker door in de verhalen en in de manier waarop de mensen met elkaar omgaan. Nederland is grijzer, in Scandinavië zoeken de kleuren meer helderheid. In het noorden van Noorwegen, bij Trondheim, heb ik geleerd wat het is om alleen te zijn en op mijzelf te vertrouwen. Ik trok mij terug in een hut aan het meer, kwam geen mens tegen - hoorde ze niet eens - en voelde me desondanks niet één moment eenzaam. De ruimte is daar niet gevuld met van alles en nog wat, zoals in Nederland, maar is er in de letterlijke te zin van het woord te be-leven. Het gevolg is dat het weliswaar wat langer duurt voordat een initiatief werkelijk kan landen, maar ook dat je het kunt hóren als het landt. Vergelijk het met het weggooien van een steen. In mijn beleving wordt je arm in Nederland al gestopt bij het opheffen van die arm. In Noorwegen heb ik stenen kunnen werpen en vervolgens kunnen wachten op het antwoord, dat altijd kwam. Daar hoef je heus niet spiritueel voor te zijn aangelegd, het is gewoon een kwaliteit die in de bodem en de dingen ligt. De ziel van het werk “Ongeveer drie weken voor de geboorte van mijn jongste kind, nu achttien jaar geleden, heb ik een zonnebloem getekend. Ik was heel dik en moe en wilde iets schilderen zonder de stemmen van docenten in mijn hoofd die mij zouden vertellen wat ik anders, meer of beter moest doen. De zwangerschap had mij op een bepaalde manier vrij gemaakt. Daarom mocht ik even iets banaals maken van mijzelf. En ik vond het verschrikkelijk leuk! Vanaf dat moment heb ik mijzelf bewust geleerd het banale en onbeduidende toe te laten en ervan te genieten. Ik ben niet meer op zoek naar de ‘grote waarheden’, ik schilder wat er in me opkomt en probeer net zo lang door te gaan tot ik de ziel van het werk kan zien. Daarom doe ik er ook zo lang over, ik zie het werk bij voorkeur net zo lang doorgroeien tot het mij kan vertellen wat het wil worden. Zodanig dat je er naartoe wilt en het wilt ontmoeten. Je ziet dat bijvoorbeeld in het werk van Louise Bourgeois, een kunstenares die zelfs het meest onbeweeglijke werk kan laten tintelen. Dan komt er heel veel energie vrij, die je opvangt in je ogen. Je wordt geraakt. En dat gevoel, die tinteling, moet steeds weer uitgevonden worden, lijkt het wel.” Het nummer is nog te bestellen via www.happinez.nl DE WARME KLEUR VAN EENZAAMHEID Ze noemt zichzelf een koffiesnob en bij binnenkomst biedt ze me direct koffie aan. Haar lijfspreuk luidt: ‘Wat er verder in je leven ook gebeurt, je koffie moet altijd goed zijn’. Ik wil dat meemaken dus we gaan naar boven, naar de keuken. In dit huis wordt duidelijk veel van Italië gehouden. De muren zijn warm oranje gestuukt en er staat veel aardewerk. Het ritueel begint. Ze maalt de bonen (afhankelijk van de bui Santos, Maragogype of Kilimanjaro) met een kleine electrische koffiemolen. Ze heft een lofzang aan op haar roestvrijstalen espressopotje dat de állerlekkerste koffie produceert. De verse melk klopt ze zorgvuldig met de hand op. Ze serveert de koffie in grote blauwe kommen want ook het drinkgerei speelt een rol in de belevenis. Goede koffie is voor haar een symbool voor kwaliteit en een teken van levenskunst, vandaar dat je zo’n mysterieus bakkie wel eens tegenkomt in haar werk. Wie iedere dag roodmerk uit de filterpot drinkt heeft volgens haar geen respect voor zichzelf en zijn gasten. En ja: haar koffie smaakt hemels. Het schildersatelier annex woonhuis van Francis Kilian is gevestigd in de oude ijsfabriek van Meppel. Beneden in het atelier herinneren alleen de granieten vloer en een paar spoelbakken nog aan het koele verleden van deze plaats. De ruimte doet nu juist warm aan. Misschien komt dat door de tientallen kleurige werken die op tafels in de maak zijn en die langs de wand staan te drogen. Misschien komt het door de muren van de aangrenzende patio die diep oranje zijn. Hoe dan ook: ik herken in het atelier een thematisch gegeven dat mij in Francis’ werk ook treft: hoe kou en warmte naast elkaar op het doek de ruimte krijgen, maar niet vermengen tot iets lauws. Voor Francis is schilderen de manier om de wereld en haar plaats daarin te ordenen. Schilderen maakt de wanorde van het leven overzichtelijk. De mens is het centrale onderwerp in haar werk. Deze mens, die er meestal uitziet als een klein meisje, staat op het punt om een wezenlijke beslissing te nemen en twijfelt. Er is geen perspectief of zelfs maar een duidelijk landschap. Er is geen ander mens om op te steunen. Er is alleen maar een uiterlijk lege, verontrustende en merkbaar geladen ruimte. De mens draagt zijn lot in alle eenzaamheid, staat op het scharnierpunt van verleden en toekomst en moet zelf de volgende stap bepalen. Als toeschouwer wil je mee op weg, je sympathie en je nieuwsgierigheid zijn gewekt. De kans bestaat dat je jezelf herkent in dat meisje op de hinkelbaan of met haar koffertje. Vaak zijn er kleine, stille hulpbronnen langs de weg in de vorm van een vlinder, een boekje, een koffer, een vlieger, een jurkje of een kop koffie. Daar zit een geheim in, de sleutel tot een uitweg uit de situatie of een verwijzing naar hoe de toekomst eruit moet zien. Of het geheim ontsluierd zal worden is de vraag, maar tegelijkertijd zijn deze dingen zo overrompelend alledaags dat je denkt: het zal wel goedkomen. Voor Francis aan een werk begint, heeft ze er geen voorstelling van; haar werk lijkt volgens eigen wetten te willen ontstaan. Ze gaat gewoon aan de slag. De grote werken, van maximaal anderhalf bij twee meter, voert ze uit in olieverf en de oerverf tempera; minerale pigmenten vermengd met eigeel. Francis ervaart de niet-synthetische oorsprong van deze materialen als essentieel voor deze werken. Het eerste stadium van de wordingsgeschiedenis is voor haar een zeer ontspannen werkvorm. Ze smeert er op los met resten oude verf en daarin maakt ze met houtskool expressieve, soms gewelddadige en seksueel getinte, krasserige tekeningen. Dit uitleven op het doek ziet ze als een soort ontlading van irritaties en dagelijkse zorgen en lijken in niets op wat er uiteindelijk tot stand komt. Alsof het doek die moet absorberen voor ze op een dieper niveau door kan dringen. Mark, haar partner, vindt deze werken vaak prachtig en zegt dat ze het zo moet laten. Maar voor Francis is het duidelijk dat het hier niet om gaat en ze gaat door tot ze er helemaal in vastloopt. Daarna komt er een periode van ‘bijstellen’. Soms weet ze de plek waar een silhouet moet komen; die blijft dan leeg. Ze zoekt, probeert dingen uit, laat dingen ontstaan en verft er weer overheen. Ze noemt het vechten, vallen en weer opstaan. De vraag die beantwoord moet worden is: waar gaat dit verhaal over? Wat er in deze fase op het doek staat zijn de primaire emoties, maar het wezenlijke is de onderstroom, de verbindende bron er van. Onvermijdelijk komt het wanhoopsmoment waarbij ze denkt niet in staat te zijn de beeldtransformatie te kunnen maken waardoor het werk identiteit krijgt. Maar dat gebeurt toch; ineens ontstaat dat beeld, meestal op een onverwacht moment. Tegelijk ontstaat er een navelstreng-achtige verbinding tussen de schilderes en haar werk en gaat het werk ‘vertellen’ wat voor een figuur er op komt en welke kleuren ze gaat gebruiken. In dit stadium is de werkhouding cruciaal. Te krampachtig is niet goed en te vrij ook niet. Ze zit er volgens eigen zeggen bijna altijd naast en schommelt rond dat evenwicht. Maar door de tijd heen komen die twee polen steeds meer samen en wordt het beeld compacter. Na zo’n twee maanden is het werk af. Het geeft Francis een opgeruimd gevoel, alsof er een kraal aan een ketting geregen is. Alle ervaringen en herinneringen van een mens brengen hem tot het punt waarop hij zich nu bevindt. Het maakt hem uniek en eenzaam. Daarom komen al die lagen verf over elkaar te liggen. Hier en daar schemert nog wat door van een kleur of een vorm die er eerder geweest is. Net als herinneringen: sommige zijn helderder dan andere, weer andere zijn helemaal begraven. Het schilderij draagt alle achterliggende stadia, die nut hebben gehad voor het uiteindelijke beeld, met zich mee. Naast het langzaam en soms moeizaam tot stand komend grote werk, maakt ze snel en relatief moeiteloos klein werk (100x28 of 50x50). Hiervoor gebruikt ze acryl en oliepastel in gemengde technieken. Ze tekent, schildert, plakt, scheurt, lijmt en krast op panelen. Ze stelt de beelden samen op kleurvlakken, de voorstelling doet er minder toe zegt ze, maar die vind ik nou juist zo speciaal. Vaak zie je mensjes die met paarden of boten op reis zijn. Ze zijn uit hun routine en daardoor onzeker. Ze weten niet precies wat er van hen verwacht wordt. Twee gillende dikke dames met parelkettingen op de rug van een vogel. Er zit absoluut humor in maar ook in deze kleine werken ontmoet je de mens in alle kleinheid en grootheid. Hoe mensen hun imago koesteren bijvoorbeeld. De parelketting, die in de meest hachelijke situaties moet blijven hangen, dat heeft ook iets ontroerends. Wat blijft na-zingen na zo’n dag vol kleur, koffie en kwastgevechten? Het werk van Francis Kilian met de kleine mensjes is een groot eerbetoon aan het leven en aan mensen die vechten, vallen en weer opstaan. Brummen, Marije Verbeeck januari 2007 |