Femmy Otten, ik ga naar Schiedam!

ottenfemmy1

17_07-zonder-titel-detail

webotten_079

Met zinnelijk, ambachtelijk werk won Femmy Otten de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs 2013. De vrouw die haar voordroeg had zij nog nooit ontmoet.

Zij bedrijft de liefde met haar materiaal.’ Die uitspraak van een van de juryleden zal zeker hebben bijgedragen aan de keuze van Femmy Otten als winnares van De Volkskrant Beeldende Kunst Prijs 2013. Zondag maakte juryvoorzitter Jan Jaap van der Wal de naam van de winnaar bekend, tijdens een rechtstreekse uitzending van Kunststof TV. Maar het werk van Otten is, volgens de jury, niet alleen lieflijk. Het is ook ‘genant’ en ‘vlijmscherp’. En soms ‘schmiert’ het zelfs.

Femmy Otten (1981) exposeerde al in binnen- en buitenland, zoals in het Van Abbemuseum en tijdens de Open Dagen van de Rijksakademie in Amsterdam, twee jaar geleden. Daarvoor studeerde ze aan academies in Gent (Hoger Instituut voor Beeldende Kunst) en Den Haag (Koninklijke Academie). Otten maakt beelden en tekeningen, schildert in waterige kleuren en onderscheidt zich vooral door haar gipsenwandreliëfs van gezichten en bustes. Daarin komt ook haar grote liefde naar voren voor Etruskisch, Griekse en vroeg-Italiaanse kunst.

Het werk is uiterst realistisch en gedetailleerd. Otten laat zich kennen als een fijnschilder met verf, hout en gips. Maar, volgens de jury, ook in het bezit van een ‘contragewicht’: ‘een kras, een barst of een ontregelende gedachte’. Of zoals Otten zelf eens zei: ‘Schoonheid op zich kan zo stomvervelend zijn.’

Materiaal
Opvallend vond de jury dit jaar de grote aandacht voor het gebruik van materiaal onder de genomineerde kunstenaars. Naast Otten waren dat: Zoro Feigl, Esther de Graaf, Saskia Noor van Imhoff en Chaim Luit. Alle vijf maken ruimtelijk werk (er is nauwelijks een schilderij te zien). Het meeste werk is fysiek en tactiel, waarbij de materialen ‘net zo goed uit de keukenla of van een bouwterrein (kunnen) komen als uit het bos of het depot van een museum’.

Opmerkelijk ook, volgens de jury, is de relatief lage leeftijd van de genomineerden. De oeuvreprijs (waaraan een bedrag is verbonden van 10 duizend euro, ter beschikking gesteld door het Mondriaan Fonds) is bestemd voor een kunstenaar tot 35 jaar. Dit jaar, bij de zevende editie, lag de gemiddelde leeftijd vijf jaar lager.

Neemt niet weg, volgens de jury, dat hun carrière al tot een zekere wasdom is gekomen. En dat alle vijf genomineerden niet alleen ‘klaar zijn voor een nominatie voor deze oeuvreprijs’, maar dat er ook nog ‘veel te hopen en te raden overblijft voor hun toekomstige ontwikkeling’.

Met dank aan de vooruitziende blik van de scouts die de vijf hebben voorgedragen: kunstenaar Jeroen Bosch (die Feigl voordroeg), kunstenaar Ad de Jong (De Graaf), kunstenares Marlene Dumas (Noor van Imhoff), Bonnefantenmuseum-directeur Stijn Huijts (Van Luit) en directeur CBK Drenthe Toos Arends (Otten).

Naast Van der Wal bestond de jury dit jaar uit Eylem Aladogan (winnaar 2009), Ranti Tjan (directeur Europees Keramisch Werkcentrum) en Sacha Bronwasser (recensente de Volkskrant).

Eerdere winnaars waren Nathalie Bruys (2006), Guido van der Werve (2007), Eylem Aladogan (2009), David Nuur (2010), Ahmet Ögüt (2011) en Tala Madani (2012).

De VKBK Prijs is een samenwerking tussen de Volkskrant, NTR Kunststof TV, Stedelijk Museum Schiedam en het Mondriaan Fonds.

Het werk van de genomineerden is tot en met 16 juni te zien in het Stedelijk Museum Schiedam. Op de slotdag zijn er rondleidingen en openbare interviews. Dan ook wordt bekend gemaakt wie volgens het publiek de beste kunstenaar is.